emile koopmans
12/2019

Sprookje De Suikerbiet

Lang, lang geleden groeide er een schattig suikerbietje in een hele grote akker op het platteland. Hij was niet alleen; er groeiden heel veel bietjes om hem heen. Ze waren allemaal gelukkig. Ze aten en dronken en de toekomst zag er voor hen goed uit. Maar het schattige suikerbietje was wijzer. Hij had gezien dat ze er niet voor niks stonden. Op de andere velden werden de grotere bieten namelijk uit de grond getrokken en afgevoerd met vrachtwagens. Dat stemde hem droevig. Hij wilde ook wel graag groot worden, maar dan écht groot.

Op een koude winderige dag was zijn veldje aan de beurt. Er kwamen grote machines om de bieten uit de grond te woelen en te verzamelen. De volgende morgen vroeg, toen het nog donker was, kwamen er vrachtwagens, om de bieten in te laden. Daarna vertrokken ze naar de stad. Het schattige suikerbietje was slim en had goed nagedacht en z’n plan getrokken. Hij had zijn kleine worteltjes getraind en duwde ermee van zich af. Hij baande zich een weg op de vrachtwagen naar de bovenkant van de stapel. Hij lag nu zó hoog dat hij precies over de rand van de laadbak kon kijken. De vrachtwagen bonkte en de motor brulde. De suikerbietjes werden er bang van. Maar het slimme bietje was blij. Hij zou ontsnappen.

Toen de vrachtwagen, na een lange reis, vlak bij de fabriek in Groningen was gekomen, zette het slimme suikerbietje zich schrap. En in de laatste scherpe bocht, vlak voordat de auto het fabrieksterrein in draaide, nam hij een sprong en belandde op het wegdek. Hij rolde naar de zijkant van de weg en kroop langzaam op zijn pootjes. Ik ben vrij!, dacht hij, nu kan ik tenminste écht groot worden. Het bietje juichte van plezier. Op zijn kleine wortelpootjes liep hij voorzichtig de stad in. Het was een heel eind lopen, maar zijn pootjes waren sterk geworden, dus het lukte. Eindelijk kwam het bietje op een leeg plein aan. In het midden bleef hij staan. Hij was moe geworden en had dorst gekregen, dus hij wroette zijn worteltjes de grond in. Langzaam viel hij in slaap.

Het slimme bietje sliep lang, héél lang en groeide en groeide. Hij werd groter dan al zijn vriendjes ooit zouden worden. Hij werd zó groot dat zijn wortelpootjes hem niet meer konden dragen. De mensen, die om het plein woonden, zagen het gebeuren en vonden het goed. Na een paar jaar vond iedereen het gewoon. Het slimme bietje was zó groot geworden, dat ze hem konden uithollen. Ze richtten de suikerbiet in met roltrappen en er kwamen dakterrassen. En iedereen vond het mooi. Ze noemden de biet het Forum, maar eigenlijk was een veel betere naam: De Suikerbiet. Maar dat weet ú alleen.